Iemand werkt geconcentreerd met papieren en administratie.

Belasting · Artikel

Sociaaldemocratie zonder vermogensagenda houdt op te bestaan

Centrum-linkse partijen verliezen wereldwijd grond. De gemeenschappelijke noemer: ze durven het thema niet aan dat hun bestaansrecht zou kunnen vernieuwen.

3 min leestijdRedactie#politiek · #ongelijkheid · #vermogen

Een breed verschijnsel

Centrum-linkse partijen — Labour in het VK, SPD in Duitsland, Parti socialiste in Frankrijk, Democraten in delen van de VS, en in eigen land de PvdA voordat zij met GroenLinks fuseerde — verliezen al twee decennia stelselmatig terrein. Het gebeurt te systematisch om het op individuele leiders of campagnefouten af te schuiven. Er zit een gemeenschappelijk patroon in.

Dat patroon is niet ingewikkeld. Sociaaldemocratie is historisch ontstaan rond één economische belofte: dat een gewone werkende een eerlijk deel krijgt van de welvaart die hij of zij helpt voortbrengen. Wanneer de werkelijkheid die belofte stelselmatig schendt, en de partij die op die belofte gebouwd is daar geen scherp antwoord op heeft, daalt de geloofwaardigheid van die partij.

Wat het oude antwoord was

In de twintigste eeuw was de centrum-linkse formule helder: progressieve inkomstenbelasting, sterke vakbonden, brede publieke voorzieningen, een woningmarkt waar werken loonde. Deze formule werkte omdat zij directe invloed had op de variabele die de gemiddelde werknemer raakte: het verschil tussen brutoloon en de werkelijke koopkracht thuis.

Dat verschil zit nog steeds vooral in bruto-netto, in de huurquote, in het eigen risico van de zorgverzekering. Het ouderwetse instrument — fiscaal beleid dat lonen ontziet — is nog steeds aan te grijpen.

Wat de nieuwe variabele is

Wat in de afgelopen veertig jaar is veranderd, is dat een aanzienlijk deel van de vermogensgroei niet meer via lonen verloopt maar via vermogen op zich. Huizen die in waarde stijgen, beleggingsportefeuilles die compounden, bedrijfswaardes die verveelvoudigen.

Voor wie alleen op loon leunt, gaat dit voorbij. Voor wie kapitaal heeft, gaat dit met een vaart die loonsverhogingen niet kunnen bijhouden. Het gevolg: de afstand tussen "werken" en "bezitten" als route naar welvaart wordt steeds groter.

Een sociaaldemocratische beweging die dit niet expliciet adresseert via belasting op vermogen, treffende ondergrenzen voor wonen, een serieuzer box-3 systeem, of vergelijkbare maatregelen, mist de centrale variabele waarmee zij haar oorspronkelijke belofte zou kunnen waarmaken.

Waarom het zo moeilijk is

De reden waarom dit thema zelden gepakt wordt, is praktisch. Vermogenseigenaars zijn beter georganiseerd, beter geadviseerd, en hebben in alle moderne democratieën onevenredig grote toegang tot het politieke proces. Centrum-linkse partijen zijn vaak zelf afhankelijk geworden van donoren en netwerken die een directe materiële belang hebben bij ongemoeid vermogen.

Het resultaat is een politieke beweging die haar oorspronkelijke onderwerp uit de weg gaat. Daarmee verliest ze niet zomaar verkiezingen. Ze verliest haar bestaansrecht.

Wat dit voor Nederlandse lezers betekent

Voor jou als kiezer is het thema goed te volgen door één eenvoudige toets aan te leggen: vraag je bij elke partij die zich op werkende mensen richt, hoe haar standpunt op vermogen eruitziet. Bij wie het over vermogensbelasting, woningmarkt en de fiscale verhouding tussen arbeid en kapitaal gaat, zit ten minste de mogelijkheid van een coherent antwoord. Bij wie dat thema systematisch overslaat, zit die mogelijkheid niet.

Een partij kan jarenlang ontslagrechten en minimumloon bespreken zonder de werkelijke vermogensverhoudingen aan te raken. De cijfers van de mediane werknemer veranderen daar niet door.

Reken het zelf na

Cookies

We gebruiken Google Analytics alleen als je akkoord gaat. Daarmee meten we welke pagina's en rekentools echt gebruikt worden.