Wat het is
Vermogensongelijkheid is de spreiding van bezit (huizen, beleggingen, spaargeld, eigen bedrijf, pensioenrechten) over huishoudens. Anders dan inkomensongelijkheid — die meet wat mensen jaarlijks verdienen — meet vermogensongelijkheid wat mensen op een gegeven moment bezitten.
Het Nederlandse beeld
Volgens cijfers van het CBS (welvaartsverdeling) bezit de top 10% van de huishoudens in Nederland het overgrote deel van het netto vermogen, met een sterke concentratie aan de absolute top. Dat patroon is in andere westerse landen vergelijkbaar — soms iets schever, soms iets minder.
Waarom het ertoe doet
Vermogen werkt anders dan inkomen. Het levert rendement op (huur, dividend, koerswinst, rente), het kan worden geërfd, en het bepaalt vaak de toegang tot belangrijke financiële beslissingen — een eigen woning kopen, een eigen bedrijf starten, lange-termijn beleggen. Wie weinig vermogen heeft is sterk afhankelijk van loon. Wie veel vermogen heeft heeft een tweede inkomstenbron.
Op macroniveau heeft de verdeling effect op de bredere economie: een euro extra bij een huishouden dat alles uitgeeft, beweegt door de economie. Dezelfde euro bij een huishouden dat al miljoenen heeft, gaat doorgaans naar bestaande activa zoals vastgoed of aandelen.
Wat je hier praktisch mee doet
Begrijp waar je staat: je netto vermogen, je vermogensbelasting in box 3, en de verhouding tussen je inkomen uit werk en je inkomen uit vermogen. Wie alleen op loon leunt, heeft een ander risicoprofiel dan wie ook rendement uit vermogen heeft.
