Een patroon van te optimistische voorspellingen
Sinds de financiële crisis van 2008 voorspelden mainstream-economen vrijwel ieder jaar een stevig herstel — herstel van groei, hogere rentes, een terugkeer naar normaal. Bijna ieder jaar bleek dat te rooskleurig. Rentes bleven jarenlang dicht bij nul. Reële lonen stagneerden of daalden. Vermogensprijzen — huizen, aandelen, goud — schoten omhoog terwijl de bredere economie traag bleef draaien.
Toen halverwege 2020 de consensus eindelijk overstapte op "rentes blijven voor altijd nul", schoten ze binnen twee jaar naar boven de 5 procent.
Een keer mis voorspellen is pech. Tien jaar achter elkaar mis voorspellen is geen pech, maar een tekort in het model.
Wat het model wegredeneert
De meeste macro-economische modellen die centrale banken en ministeries gebruiken, doen één impliciete aanname: dat de inkomens- en vermogensverdeling er voor het geheel niet toe doet. Een euro is een euro, ongeacht bij wie hij terechtkomt.
In een gelijke samenleving klopt die aanname redelijk. In een sterk schevere samenleving klopt hij niet meer. Een euro extra bij iemand met een laag inkomen wordt vrijwel volledig uitgegeven — aan boodschappen, huur, vervoer. Diezelfde euro bij iemand die al miljoenen heeft, gaat doorgaans naar een vastgoedportefeuille of beleggingsfonds.
Het effect op de reële economie verschilt dus enorm. En precies dat verschil zien standaardmodellen niet.
Waarom dat ertoe doet voor jou
De praktische gevolgen voor Nederlandse huishoudens zijn al jaren zichtbaar:
- Huizenprijzen stegen veel sneller dan lonen. Wie geen woning bezat in 2010, kon er in 2020 vaak geen meer kopen — niet omdat de "echte economie" zo hard groeide, maar omdat geld bleef stromen naar bestaande activa.
- Spaarrente bleef jarenlang onder de inflatie. Wie braaf spaarde, verloor stilletjes koopkracht. Reken het zelf na met onze inflatiecalculator.
- De vermogensverdeling in Nederland werd in dezelfde periode aanmerkelijk schever volgens cijfers van het CBS.
Dit zijn geen losse fenomenen. Ze passen in één patroon: in een economie met groeiende vermogensongelijkheid komen overheidsuitgaven, monetaire stimulering en productiviteitswinst overproportioneel terecht bij wie al veel bezit. Dat drukt rentes, drijft activaprijzen op en houdt de bredere economie dof.
Een eenvoudige toets
Een goed economisch model maakt voorspellingen die toetsbaar zijn. Een model dat al meer dan een decennium dezelfde fout maakt en het patroon niet onderkent, is geen wetenschap meer maar dogma.
Dat hoeft je als spaarder of belegger niet te ontmoedigen — het wijst alleen op de noodzaak om je eigen scenario's te denken. Als de officiële voorspelling al lange tijd dezelfde kant uit zit te leunen, is het verstandig je vermogensbelasting, je inkomen en je spaarpositie ook door te rekenen onder een minder rooskleurig scenario.
