Iemand werkt geconcentreerd met papieren en administratie.

Belasting · Onderwerp

Forfaitair rendement

Een door de overheid vastgesteld fictief rendementspercentage dat in box 3 wordt gebruikt om de belasting te berekenen.

Wat het is

In box 3 wordt vermogen niet belast op het werkelijke rendement, maar op een fictief rendement dat de wetgever vooraf heeft vastgesteld. Dat percentage heet het forfaitair rendement.

Voor 2026 hanteert de Belastingdienst drie categorieën met elk een eigen forfait:

  • Banktegoeden — laag percentage, gebaseerd op recente spaarrentes.
  • Overige bezittingen (beleggingen, vorderingen, vastgoed niet zijnde eigen woning) — hoger percentage, gebaseerd op historisch lange-termijnrendement van een gemengde beleggingsportefeuille.
  • Schulden — eveneens een forfait, dat het belastbaar bedrag verlaagt.

Waarom het zo werkt

Werkelijk rendement is administratief lastig: niet iedereen houdt bij wat de bank rentebijschrijvingen exact waren, en bij beleggingen verandert de waarde dagelijks. Een forfait is voor de Belastingdienst eenvoudig en uniform.

Het bezwaar is dat het forfait van het werkelijke rendement kan afwijken — soms aanzienlijk. Spaarders met enkel geld op een betaalrekening betaalden in de jaren met negatieve spaarrente belasting over een fictief rendement dat ze in de praktijk niet ontvingen. Dat heeft geleid tot een lange juridische geschiedenis met meerdere uitspraken van de Hoge Raad.

Hoe je het in de praktijk gebruikt

De vermogensbelasting-rekentool past automatisch de forfaits van het lopende belastingjaar toe op de drie categorieën. Het verschil dat je in de uitkomst ziet tussen "alleen sparen" en "alleen beleggen" met hetzelfde vermogensbedrag, wordt voor 100% verklaard door het verschil in forfaits.

Reken het zelf na

Cookies

We gebruiken Google Analytics alleen als je akkoord gaat. Daarmee meten we welke pagina's en rekentools echt gebruikt worden.